Overslaan en naar de inhoud gaan

Zero Energy Cities

Stelt u zich eens voor dat hele stadswijken voor hun verwarming, warm water, elektriciteit én transport alleen de energie zouden nodig hebben die ze zelf produceren? Volgens dr. Modeste Kameni Nematchoua, postdoctoraal onderzoeker aan de Université de Liège, is dat geen utopie. Hij onderzoekt momenteel met de steun van het AXA Research Fund hoe het zero-energie principe toegepast kan worden op bestaande woonblokken.

afbeelding

Het onderzoek van dr. Kameni Nematchoua is erop gericht overheden te helpen om de ecologische voetafdruk te verkleinen en de klimaatverandering tegen te gaan. Maar er is nog een reden waarom hij dit onderzoek voert:

In Madagascar, een van de meest kwetsbare landen inzake klimaatverandering, gaat gemiddeld de helft van het maandloon van een leraar op aan de elektriciteitsrekening. En dan nog zitten de mensen er vaak zonder stroom. Ik wil hen helpen om hun energieverbruik te verminderen en minder afhankelijk te zijn van energieproducenten.

Dr. Kameni Nematchoua meent trouwens dat deze doelstelling ook in de westerse wereld meer dan ooit pertinent is. Ook bij ons hebben namelijk steeds meer mensen het moeilijk om elke maand hun energiefactuur te betalen.

De oplossingen die ik op basis van het onderzoek wil voorstellen, zullen dan ook betaalbaar en haalbaar zijn voor een breed publiek. Het zal de beste zero-energie strategieën naar voor schuiven voor bestaande woonblokken, want het is niet de bedoeling om overal nieuwe wijken uit de grond te stampen.

 Wijken in balans

Het onderzoek van dr. Kameni Nematchoua legt de energiebalans van bestaande woonwijken bloot: de energie die de gebouwen en het transport verbruiken versus de hernieuwbare energie die er wordt geproduceerd. Het onderzoek loopt in ons land, in Luik meer bepaald, maar ook in andere klimaten en andere stedelijke contexten. De energiebalans van wijken wordt bepaald door verschillende factoren. "Om te beginnen moet je ervoor zorgen dat je in de wijken gewoon minder energie nodig hebt. Daarom onderzoeken we momenteel welke bouw- en isolatiematerialen het best isoleren. We nemen heel bewust data onder de loep van België, Madagascar en bepaalde Aziatische regio’s omdat je de materialen moet afstemmen op het klimaat. Wat betreft de andere kant van de balans – de productie van hernieuwbare energie – loopt er een deelonderzoek naar zonnepanelen om hun impact te meten op de energiefactuur en op het milieu. Daarnaast wordt bekeken hoe je energie kunt delen op wijkniveau en of elektrische voertuigen eventueel energie zouden kunnen produceren, opslaan en uitwisselen met gebouwen en energienetten."

Conclusies tegen het najaar 2020

Het onderzoek ging eind vorig jaar van start en zit dus nog in de eerste fase. In het najaar van 2020 zal het worden afgerond en aan beleidsmakers worden overgemaakt zodat zij het kunnen meenemen in hun strategische klimaatbeslissingen.

electric car

6 scenario’s voor onze mobiliteit in 2050

De zero-energie woonwijken die dr. Kameni Nematchoua voor ogen heeft produceren ook zelf de energie voor de mobiliteit van hun bewoners. In zijn onderzoek verzamelt hij daarom data over de situatie nu en schetst hij vervolgens verschillende scenario’s voor de mobiliteit in 2030 en in 2050. Dat deel van het onderzoek is nu klaar en werd onlangs gepubliceerd*. Dr. Kameni Nematchoua: “Onze dagelijkse verplaatsingen in stedelijke gebieden hebben een aanzienlijke impact op de uitstoot van broeikasgassen en op de energieconsumptie. Wereldwijd is transport verantwoordelijk voor 30% van het energieverbruik. We hebben onderzocht in welke richtingen dit kan evolueren.”

Scenario 1: passief afwachten

Wat? Geen politieke beslissingen, noch technologische vernieuwing inzake mobiliteit.

Resultaat? Het energieverbruik stijgt lineair met de groei van de bevolking.

 

afbeelding
afbeelding

Scenario 2: slim afwachten

Wat? Geen langetermijnbeleid. Hernieuwbare energie evolueert traag; nieuwe, groene energie en wagens vinden weinig draagvlak. In 2035 barst een nieuwe oliecrisis in alle hevigheid los, maar we zijn niet voorbereid.

Resultaat? Er rijden minder auto’s: niet door klimaatmaatregelen, maar omwille van sterk stijgende olieprijzen. Daardoor daalt ook het energieverbruik voor transport plots en sterk.

Scenario 3: koolstofcreativiteit

Wat? Hoge taksen op CO2-uitstoot verplichten bedrijven om creatief te zijn. Steden investeren in lokale innovatie en zetten netwerken van elektrische voertuigen op.

Resultaat? In 2050 is 40% van de auto’s elektrisch. Thuiswerk en e-services worden sterk aangemoedigd. Sommige bedrijven leggen zelfs jaarlijkse reisquota op. Vooral in de steden en bij de midden- en hogere klasse is autodelen goed ingeburgerd. We zien een geleidelijke daling in het energieverbruik voor mobiliteit.

afbeelding
afbeelding

Scenario 4: nieuwe klimaat- en energie-infrastructuur

Wat? Er wordt fors geïnvesteerd in steden, onder meer in infrastructuur voor openbaar vervoer, met als doel om in elk stadscentrum een mix te krijgen van 1/3 auto’s, 1/3 openbaar vervoer en 1/3 ‘softe transportmiddelen, zoals de elektrische fiets.

Resultaat? De steden moderniseren en worden ‘post-CO2’, maar de ongelijkheid met verafgelegen voorsteden vergroot. Tegen 2050 rijden er 40% minder wagens rond, met jaarlijks 20% minder energieverbruik voor transport tot gevolg.

Scenario 5: biopolis

Wat? De biopolis is een hybride van stad en platteland. In plaats van steden nog drukker te maken, kiest men ervoor om ze uit te breiden en duurzaam te maken. Men spreekt over ‘urban campaign’. De trigger voor dit scenario is energiedecentralisatie. Biochemie, recuperatie van afval uit biomassa en recyclage zijn de pijlers van de circulaire economie.

Resultaat? Gezien de uitgestrekte stedelijke gebieden, blijven er veel wagens rondrijden. Maar 20% rijdt op biobrandstof. Het energieverbruik voor het wagengebruik daalt met 15% tegen 2030 en met 30% tegen 2050.

afbeelding
afbeelding

Scenario 6: de doorlopende stad

Wat? Lokale overheden voeren een beleid dat de ruimte en mobiliteit in de stad hertekent. Woningprijzen worden onder controle gehouden. De stad wordt compacter, beter gestructureerd en toegankelijker. Woon- en werkplek komen dichter bij elkaar te liggen.

Resultaat? Het wagengebruik vermindert met 10% tegen 2030 en met 40% tegen 2050 ten voordelen van het openbaar vervoer. Tegen 2050 is het energieverbruik voor transport met 50% verminderd.

Deel dit artikel